Start

 Introductie

Inhoudsopgave

Ras standaard

Artikelen

 

Epilepsie

 

EPILEPSIE, WAT IS DAT EIGENLIJK ?

 

Iedereen die zich met honden bezig houdt, komt deze vraag vroeg of later een keer tegen.

 

Een hond die achter schaduwen aan jaagt, een hond die op het trainingsveld plotseling omvalt en allerlei stuipen vertoont; de meesten van ons hebben dit wel eens gezien of er over gehoord. Een hond die zo'n 'toeval' krijgt ziet er angstaanja­gend uit en de eigenaar en eventuele omstanders raken vaak in paniek.

 

Wat zijn de beperkingen voor zo'n hond, valt er met zo'n hond nu nog te trainen? Om op dit soort vragen een antwoord te geven zal ik eerst iets vertellen over wat epilepsie is.

 

De definitie van epilepsie luidt: "het bij herhaling aanvalsgewijs optreden van elektrische ontladingen in groepen hersen­cellen, resulterend in en gepaard gaan met abnormaal gedrag (toevallen)." Dit kan het best vertaald worden in het zomaar ontstaan van bepaalde prikkelingen in de hersenen. De hond kan dit niet voorkomen en zijn gedrag wordt er door beïnvloed.

 

Het is ook niet te voorspellen waar de prikkeling zich bevindt, daarom kunnen de symptomen per hond totaal verschillend zijn.

 

het is belangrijk om een toeval als zodanig te herkennen, daarom zal ik nu enkele verschijningsvormen kort bespreken. De meest duidelijke vorm noemt men Grand Mal en bestaat uit drie stadia : Aura, Ictus en Postictus. Aura is het beginstadium. De hond wordt rusteloos , lusteloos, kijkt 'vreemd' uit de ogen en verricht doelloze, onnatuurlijke handelingen, bijv. door de deur naar buiten willen lopen terwijl deze dicht is. De lengte van de Aura kan variëren van enkele seconden tot dagen. elke hond vertoont andere symptomen in de Aura die specifiek zijn voor die hond. De eigenaar van de hond leert dit stadium na enige tijd herkennen. de Aura eindigt met plotseling bewustzijnsverlies.

 

Met dit bewustzijnsverlies begint de tweede periode, de Ictus. de hond valt op zijn zij en krijgt allerlei krampen. Alle spieren kunnen in deze periode meedoen. deze kramptoestand kan plotseling overgaan in het snel samen trekken van de spieren : clonische krampen. Nu gaat de hond ook erg speekselen en laat zijn urine lopen. De pupillen van de hond zijn zeer vergroot en reageren niet meer op licht. Deze fase duurt zelden langer dan enkele minuten. Het einde van deze fase is in zicht als de hond zich gaat ontspannen, de krampen verdwijnen.

 

De derde fase is de Postictale periode. De hond herstelt zich, zijn spieren ontspannen, hij heeft een snelle ademhaling en komt weer bij bewustzijn. Dit is in principe de gevaarlijkste periode voor de eigenaar. De hond is nog duidelijk in de war, herkent zijn eigenaar vaak niet en ziet nog erg slecht. In deze fase worden eigenaren nogal eens gebeten doordat ze uit liefde voor de hond deze willen aanraken en geruststellen.

 

DE hond weet niet wat er aan de hand is en voelt zich snel bedreigd. het beste is om de hond met rust te laten en hem de tijd te gunnen om volledig bij te komen. Deze fase kan wisse­len van enkele seconden tot uren.

 

Een tweede vorm van epilepsie is de Petit Mal, deze is bij honden echter nog nooit aangetoond.

 

Iets wat wel voor kan komen bij honden is de Lobus Temporalis epilepsie. Hierbij treden alleen gedragsafwijkingen op. De hond denkt iets te zien of te horen  wat er niet is (een soort hallucinatie). Dit kan ook zo weer over zijn. Ook hier is het weer het beste de hond met rust te laten, deze is namelijk NIET aanspreekbaar in deze periode.

 

In het ergste geval treedt er een Status Epilepticus op. Dit is een opeenvolging van toevallen zonder dat de Postictale herstelfase intreedt. Dit is een levensbedreigende situatie waarbij de dierenarts zo snel mogelijk gewaarschuwd moet worden.

 

Er zijn tal van oorzaken die voor een epileptiforme aanval kunnen zorgen. Deze aanvallen lijken op de 'echte' epilepsie maar zijn het gevolg van bijv. rabiës, nierafwijkingen, lever­afwijkingen en tumoren in de hersenen. Dit noemt men secundai­re epilepsie, er is namelijk een duidelijke oorzaak voor te vinden.

 

Indien uit onderzoek van de hond blijkt dat er geen aanwijsba­re oorzaak is, dan praat men over primaire epilepsie. Een dierenarts heeft bepaalde criteria om tot de conclusie primai­re epilepsie te komen :

 

  * de leeftijd van de hond bij de eerste toeval ligt tussen  de 1 en 3 jaar

 

  * de verschijningsvorm is van het hierboven beschreven type Grand Mal

 

  * de verschijningsvorm is constant, de hond vertoont elke keer dezelfde symptomen

 

  * het tijdstip van optreden is niet gecorreleerd met voedselopname en/of lichamelijke inspanning

 

  * tussen de toevallen door is de hond normaal

 

  * er zijn geen afwijkingen te vinden bij lichamelijk onderzoek 

 

Als de dierenarts zeker weet dat de hond primaire epilepsie heeft, kan hij een behandeling instellen welke bestaat uit het geven van medicijnen. Deze medicijnen kunnen pas gegeven worden wanneer de toevallen met een zekere regelmaat voorko­men, bijv. 2 < 3 keer per week. Deze medicijnen heeft de hond voor de rest van zijn leven nodig. Een voorbeeld is dagelijks een dosis Luminal (= pheno­barbital).

 

Wat zij  nu de consequenties van epilepsie o het functioneren van de hond?  Om hier een antwoord op te vinden moet een dierenarts uit zien te vinden  op welke momenten de hond een toeval krijgt. Uit onderzoek aan de Faculteit Diergeneeskunde is gebleken dat het tijdstip van een toeval veel informatie geeft over de aard hiervan.  Krijgt een hond namelijk een toeval tijdens of direct na de training, dan kun je er vanuit gaan dat stress medeveroorzaker van de toeval is.  In dat geval is het natuurlijk van belang dat de hond zo weinig mogelijk druk , en dus stress, te verwerken krijgt. Er mag dus niet meer gewerkt worden met de hond, daar dit altijd met een bepaalde mate van stress gepaard gaat.

 

In vele andere gevallen ontstaat een toeval tijdens de slaap. Honden die op zulke momenten een toeval krijgen mogen wel trainen, sterker nog: ze hebben zo'n training juist nodig. Vooral honden die gewend zijn te werken en die het ook leuk vinden om te werken moet het werken niet worden ontzegd. Deze verandering - het niet meer trainen- zou zelfs een negatieve invloed kunnen hebben op het ontstaan van een toeval.

 

Veel hangt dus af van de mate en de vorm van de epilepsie die de hond heeft. Meestal zijn de vooruitzichten van zo'n hond redelijk goed. Met behulp van medicijnen kunnen ze zelfs nog vrij oud worden. Het is dus absoluut niet waar dat een hond is 'afgeschreven' als blijkt dat hij epilepsie heeft. Het enige waar je altijd voorzichtig mee zult moeten zijn is het laten zwemmen van de hond. Niemand kan je garanderen dat de hond geen toeval krijgt tijdens het zwemmen, met alle gevolgen van dien.

 

Iets anders waar men voor op moet passen is de situatie waarin nog een andere hond in huis is. Als de hond met epilepsie een toeval krijgt kan het gebeuren dat de andere hond deze aanvalt. Dit wordt veroorzaakt doordat de hond met epilepsie abnormaal gedrag vertoont wat niet herkend wordt door de andere hond. Ook in situaties waar de hond met epilepsie normaliter  'de baas' is zal de andere hond zijn kans schoon zien als 'de baas' een toeval krijgt. De hond die een toeval krijgt kan zich op dat moment niet verdedigen. Je kunt daarom de honden in een dergelijke situatie nooit zonder toezicht bij elkaar laten.

 

Al met al kan geconcludeerd worden dat er goed te leven valt met een hond met epilepsie. Mits de eigenaar in bepaalde situaties voorzichtig is met de hond kan er veelal nog gewoon getraind worden en zal de hond nog lang en gelukkig leven.